Een doos KAPLA op tafel en nog geen bouwidee? Met deze zeven KAPLA voorbeelden kun je meteen beginnen: van een platte huisplattegrond tot een lage toren en een brug. Bij ieder bouwwerk staan het aantal plankjes, drie eigen bouwschema’s en de stappen die daarbij horen.
Elk voorbeeld past afzonderlijk ruim binnen de KAPLA 200 Box met 200 naturel houten plankjes. Je hebt geen lijm of verbindingsstukken nodig. Bouw een voorbeeld na of verander het onderweg: een toren mag ook de ingang van een kasteel worden.
Welk makkelijk KAPLA voorbeeld kies je?
Begin met het huis of het zigzagpatroon als een kind liever legt dan stapelt. Voor een eerste bouwwerk in de hoogte kun je de toren laag houden. De aantallen in de tabel horen bij de getekende basisvormen, zonder extra versiering.
Zo gebruik je de bouwschema’s
Lees per voorbeeld van A naar B naar C. Het getal bij iedere tekening is het totaal dat op dat moment ligt of staat. Groen markeert de plankjes die je in die stap toevoegt. De kleur helpt je de stappen te volgen; je gebruikt gewone naturel plankjes. Bij het huis en de zigzag kijk je van bovenaf, bij de andere voorbeelden schuin van boven.
De tekeningen zijn eigen schema’s van Duurzaam Spelen, geen foto’s en geen modellen uit het meegeleverde KAPLA-boekje. Verdeel de plankjes vooraf in groepjes, neem de tijd en schuif rustig bij als iets niet goed steunt.
Wat heb je nodig en vanaf welke leeftijd kun je beginnen?
Zet de doos op een harde, vlakke ondergrond met genoeg vrije ruimte. Voor de bouwsels hieronder zijn houten plankjes voldoende. Kleine voertuigen en speelfiguren kun je zelf toevoegen; ze worden niet meegeleverd met de KAPLA-doos.
De fabrikant vermeldt de klassieke KAPLA 200 vanaf 2 jaar. Dat is de productleeftijd, geen belofte dat ieder kind alle bouwwerken zelfstandig kan maken. Kies een activiteit die bij het kind past en help waar nodig. Begin voor jonge bouwers met een plat patroon of enkele lage lagen. Bekijk ook de informatie bij het product en op de verpakking.
1. Lage toren met 24 plankjes
Een lage toren is een fijn eerste KAPLA voorbeeld om lagen, richting en evenwicht te ontdekken. Iedere laag bestaat uit twee plankjes; twaalf lagen vragen samen 24 plankjes.
A · 2 plankjes
B · 4 plankjes
C · 24 plankjes
Zo bouw je dit voorbeeld
- A. Leg twee plankjes plat en evenwijdig. Houd de buitenranden ongeveer één planklengte uit elkaar, zoals in het schema.
- B. Leg twee plankjes haaks over de basis. De vier kruispunten dragen de uiteinden; schuif de basis zo nodig iets naar binnen. Je hebt nu twee lagen en vier plankjes.
- C. Herhaal het afwisselen van de richting tot twaalf lagen. Leg per laag twee plankjes neer: 12 × 2 = 24. Stop eerder als de toren wiebelt.
Maak het eenvoudiger met vier lagen, dus acht plankjes. Verander daarna één ding: de afstand tussen de twee plankjes in de basis. Wat doet dat met de stevigheid?
2. Lage brug met 28 plankjes
Deze lage brug heeft twee brede steunen en vier plankjes als brugdek. Het is een klein bouwwerk om overspannen te proberen, geen brug om op te staan.
A · 6 plankjes
B · 24 plankjes
C · 28 plankjes
Zo bouw je dit voorbeeld
- A. Leg twee groepjes van drie plankjes plat naast elkaar. Alle zes wijzen dezelfde kant op. Laat tussen de binnenranden van de twee steunen ongeveer twee plankbreedtes vrij.
- B. Leg op iedere steun nog drie lagen van drie plankjes, recht boven de vorige laag. Iedere steun telt nu 4 × 3 = 12 plankjes; samen zijn dat er 24.
- C. Leg vier plankjes naast elkaar dwars over de opening. Laat ieder plankje aan beide kanten ruim op de steunen rusten. Je brug telt nu 24 + 4 = 28 plankjes.
Laat een kleine speelfiguur over het dek wandelen. Wil je iets onder de brug door laten gaan? Kijk eerst of het past; vergroot de opening niet door het dek nauwelijks te laten steunen.
3. Huis als plattegrond met 10 plankjes
Niet elk KAPLA huis heeft een dak nodig. Met tien plankjes leg je een plattegrond met een ingang en een binnenwand. Dit is een rustig begin voor kinderen die liever leggen dan stapelen.
A · 5 plankjes
B · 9 plankjes
C · 10 plankjes
Zo bouw je dit voorbeeld
- A. Leg drie plankjes met de korte uiteinden tegen elkaar als achterwand. Maak links een zijwand van twee plankjes. Leg de zijwand haaks tegen de binnenkant van het uiteinde van de achterwand.
- B. Maak rechts dezelfde zijwand met twee plankjes. Leg vooraan aan weerszijden één plankje. Tussen die twee blijft een opening van ongeveer één planklengte als voordeur. Er liggen nu negen plankjes.
- C. Leg één plankje vanaf het midden van de achterwand naar binnen. Deze binnenwand verdeelt de achterkant van het huis. Totaal: 3 + 2 + 2 + 2 + 1 = 10.
Bedenk wie er woont en welke kamer waar komt. Een klein figuurtje kan door de voordeur naar binnen. Verschuif de binnenwand om een ander huis te maken; een dak is niet nodig.
4. Doorrijpoort met 18 plankjes
Een doorrijpoort maakt van een lijn op de vloer een kleine speelwereld. Twee lage stapels dragen twee dwarsplankjes. Controleer bij je eigen autootje of de opening breed en hoog genoeg is.
A · 8 plankjes
B · 16 plankjes
C · 18 plankjes
Zo bouw je dit voorbeeld
- A. Maak twee stapels van ieder vier plankjes, met alle plankjes plat en recht boven elkaar. De lange kanten wijzen van voor naar achter. Laat tussen de stapels ongeveer drie plankbreedtes open.
- B. Leg op iedere stapel nog vier plankjes. Je hebt nu twee staanders van acht plankjes: samen zestien.
- C. Leg twee plankjes naast elkaar dwars over beide staanders. Beide uiteinden moeten goed worden gedragen. Met deze twee bovenplankjes kom je op achttien plankjes.
Laat een kleine auto of speelfiguur door de opening gaan zonder de staanders aan te raken. Past het niet? Kies een kleiner figuurtje of maak er een toegangspoort voor een verhaal van.
5. Trapmuur met 10 plankjes
Bij de trapmuur wordt iedere laag één plankje korter. Zo zie je hoe een brede basis een steeds smaller bouwwerk draagt. Je hebt tien plankjes nodig.
A · 4 plankjes
B · 7 plankjes
C · 10 plankjes
Zo bouw je dit voorbeeld
- A. Leg vier plankjes plat achter elkaar, met de korte kanten tegen elkaar. Dit is de onderste laag.
- B. Leg drie plankjes achter elkaar midden op de onderste vier. De uiteinden springen ieder een halve planklengte naar binnen. De naden liggen zo boven het midden van de plankjes eronder.
- C. Leg op dezelfde manier een laag van twee plankjes en daarboven één plankje. Houd alles gecentreerd. Vier lagen van 4 + 3 + 2 + 1 geven samen tien plankjes.
Tel de plankjes per laag en bekijk het bouwwerk van opzij. Wat gebeurt er met de breedte als er bovenaan telkens één plankje minder ligt? Laat het een lage muur in een eigen landschap worden.
6. Zigzagpatroon met 12 plankjes
Dit platte zigzagpatroon maak je met zes L-vormen van ieder twee plankjes. Het gaat om richting, herhaling en leggen; het patroon is geen brede rijbaan.
A · 2 plankjes
B · 6 plankjes
C · 12 plankjes
Zo bouw je dit voorbeeld
- A. Leg één plankje plat. Leg het volgende plankje haaks aan het uiteinde, zonder ze op elkaar te leggen. Samen vormen ze een L.
- B. Leg aan het vrije einde opnieuw een L in dezelfde richting. Herhaal dit nog één keer. Er liggen nu drie L-vormen en zes plankjes. Gebruik schema B om te zien hoe de hoeken aansluiten.
- C. Voeg nog drie L-vormen toe. In totaal gebruik je zes paren: 6 × 2 = 12 plankjes. Volg het patroon met je vinger.
Maak eerst maar twee L-vormen en laat een kind de herhaling afmaken. Leg daarna een tweede, zelfbedacht patroon. Welke kant moet het volgende plankje op wijzen?
7. Lage dominorij met 20 plankjes
Voor een dominorij zet je de plankjes laag rechtop op hun lange, smalle kant. Ze staan dus niet op hun korte uiteinde. Begin met een klein stukje en zoek eerst een afstand waarbij de rij omvalt.
A · 4 plankjes
B · 10 plankjes
C · 20 plankjes
Zo bouw je dit voorbeeld
- A. Zet vier plankjes op hun lange, smalle kant achter elkaar. De brede vlakken kijken naar het volgende plankje. Begin met een tussenruimte van ongeveer één plankdikte. Tik het eerste voorzichtig om en pas de afstand aan tot alle vier vallen.
- B. Zet de eerste vier opnieuw neer en breid de rij uit tot tien plankjes. Houd dezelfde richting en een werkende afstand aan.
- C. Maak de rij twintig plankjes lang. Geef een klein tikje aan het begin. Blijft een deel staan? Bekijk op welke plek de rij stopt en verander daar één afstand.
Maak de rij eerst helemaal recht. Een korte bocht is een volgende proef, nadat een rechte rij goed werkt. Het doel is ontdekken wat er gebeurt, niet zo snel mogelijk klaar zijn.
Hoeveel kun je bouwen met 200 KAPLA plankjes?
Voor deze zeven basisvoorbeelden gebruik je per bouwwerk 10 tot 28 plankjes. Met 200 plankjes is er dus ruimte om een voorbeeld opnieuw te maken, een eigen variant te bedenken of samen naast elkaar te bouwen. De getekende modellen gebruiken samen 122 plankjes, als je ze allemaal tegelijk neerzet. Je hoeft dat niet te doen: één voorbeeld kan al een compleet spel worden.
Maak bijvoorbeeld van de huisplattegrond, de poort en het zigzagpatroon een zelfbedachte speelwereld. Laat kinderen vertellen waar het pad heen gaat en wie er woont. Zo sluit bouwen aan op open einde spel: het materiaal ligt klaar, het verhaal blijft van het kind.
KAPLA 200 of KAPLA Challenge: wat past bij deze voorbeelden?
De voorbeelden in dit artikel zijn bedoeld voor vrij bouwen met losse plankjes. De KAPLA 200 Box bevat 200 naturel plankjes en een instructieboekje. Je kunt ermee beginnen en de plankjes later in heel andere bouwwerken gebruiken.
KAPLA Challenge is een ander soort activiteit: 12 opdrachtkaarten en 16 plankjes voor compacte balansmodellen. Zoek je juist een opdracht vanaf een kaart, dan kun je die set bekijken. Controleer het leeftijdsadvies bij de gekozen uitvoering. Met de 16 plankjes alleen kun je niet alle voorbeelden uit dit artikel maken.
Vergelijk beide sets in de KAPLA-categorie. Zoek je ook ander bouwmateriaal, bekijk dan ons bouw- en constructiespeelgoed.
Samen bouwen thuis, in de kinderopvang of op de BSO
Leg voor twee bouwers ieder een klein groepje plankjes klaar. De één kan de stappen bekijken en de ander legt de plankjes neer; daarna wisselen ze. Geef bij vrij spel ruimte voor een eigen uitkomst. Je hoeft een bouwwerk niet te verbeteren omdat het anders is dan de tekening.
Het gericht neerleggen, draaien en stapelen past bij spelideeën om de fijne motoriek te oefenen. Zoek je een vaste bouwplek voor een groep? In onze keuzehulp voor kinderopvang en BSO lees je hoe je materialen en speelplekken kunt kiezen voor de kinderen in jouw groep.
Veelgestelde vragen over KAPLA voorbeelden
Wat zijn makkelijke KAPLA voorbeelden om mee te beginnen?
Een plat zigzagpatroon en een huis als plattegrond zijn geschikt om leggen en richting te verkennen. Wil je stapelen, begin dan met een lage toren van twee plankjes per laag. De schema’s hierboven laten de opbouw zien.
Heb ik 200 plankjes nodig voor ieder voorbeeld?
Nee. De basisbouwwerken in dit artikel vragen 10 tot 28 plankjes per stuk. De 200 Box biedt voldoende plankjes voor elk voorbeeld en voor eigen uitbreidingen.
Waarom valt mijn KAPLA bouwwerk om?
Controleer eerst of de ondergrond vlak is, de basis niet verschoven is en de plankjes bovenop ruim worden ondersteund. Verander één onderdeel tegelijk. Bij een brug of poort moeten beide uiteinden goed op de steunen rusten. Bouw lager als de opstelling blijft wiebelen.
Moet je KAPLA voorbeelden precies nabouwen?
Nee. Een voorbeeld is een beginpunt. Verander de vorm, maak een eigen patroon of bedenk een verhaal bij het bouwwerk. Voor een losse uitdaging met vaste voorbeeldkaarten is er KAPLA Challenge.
Productinformatie gecontroleerd aan de hand van de officiële informatie over KAPLA 200. De zeven schema’s zijn eigen voorbeelden van Duurzaam Spelen.
